dinsdag 22 februari 2011

Het spijt me

Ik wil je al een aantal maanden wat zeggen. Iets dat recht uit mijn hart komt. Ja, echt.
Wie ben je eigenlijk? Een hoopje opgestapelde feitjes, dat zou je moeten zijn. De ene dag ben je beter dan de andere, dat kun je niet ontkennen. Sommige mensen staan met je op, onder het genot van een kopje koffie en een boterham met hagelslag. Ik niet. Ik heb je niet eens thuis, tot de grote verbazing van mijn leraren. Ik lees je zusjes 's morgens, als ik ze toevallig in mijn hand gedrukt krijg, en daarna laat ik ze achter in het Openbaar Vervoer. Zodat iemand anders door ze heen kan bladeren.
Nee, ik lees je niet van harte. Het is dat het moet, zeg maar. Wat ik echt van je vind? Ik vind je saai en achterhaalt. Ik vind je soms werkelijk om te huilen. Ik zou het allemaal anders doen, maar wie ben ik? Ik ben maar een eerstejaars studentje journalistiek. Over een paar jaar zal ik het anders doen. Niet dat jij dan nog bestaat en de kans dat ik ooit voor jou ga werken is klein, enorm klein, maar uiteindelijk gaat het om het idee. Je wordt langs alle kanten ingehaald: televisie, internet, social media... Jouw nieuws is soms al verouderd. Daar kun je niets aan doen, maar eigenlijk ben je niets meer. Je moet het hebben van de vorige generatie, die zijn immers met je opgegroeid en zij kopen je nog, omdat ze niet anders gewend zijn. Wat moet je anders, als je als mens zonder televisie en internet toch op de hoogte wilde zijn van het laatste nieuws? Precies, die mensen ving jij op. 
Maar wat ben je vandaag de dag nog? Wat breng je ons nog? Achtergrondverhalen en lange stukken over politiek, die af en toe onderbroken worden door grappige stukjes met "kort nieuws". Al met al niet echt iets wat de jongere van nu nog interesseert. Mij wel, al doe ik alsof. Ik doe je. Niet omdat ik je wil, maar omdat ik moet. Van mezelf, dat dan weer wel. Ik sleep mezelf door je lange stukken heen, en als ik eindelijk door je heen ben, vraag ik me af wat ik gelezen heb. 
Het is jammer, echt jammer, dat je niet wat leuker bent. Misschien had het dan kunnen werken. Het is al een tijdje niets tussen ons, en ik denk niet dat we verder moeten gaan. Ik ga er een punt achter zetten. Ik hoop dat je anderen wel gelukkig kunt maken. Het spijt me.
Ik maak het uit, krant.

1 opmerking: