Je vluchtte er stiekem tussenuit, je vluchtte weg.
Weg van ons, op weg naar een nieuw begin.
Het is alweer zes jaar geleden. Zes jaar geleden, toen je na anderhalf jaar van leugens voor haar koos. Je vertrok, met de woorden “ik heb tijd nodig.” Die tijd veranderde in dagen, weken, maanden. Je nam alles mee, en wat je hier achterliet was verdriet, onbegrip en woede. Je kwam niet meer terug, wat zorgde voor nog meer woede. Verdrietig kan ik er niet om zijn. Ik ben teleurgesteld. Diep teleurgesteld in hoe je geworden bent.
Ik ben vooral teleurgesteld in mezelf. Ik wist het namelijk. Ik wist dat je loog, dat zag ik aan je reacties. Maar ik geloofde het niet. Ik wílde het niet geloven.
Het kwam hard aan toen je bedrog boven water kwam. Het kwam nog harder aan dat er geen uitleg kwam. Het onbegrip bleef en groeide, en ik begon je te haten. Haar haatte ik nog meer. De vrouw die mijn leven veranderde en het bloed keer op keer onder mijn nagels vandaan wist te halen. De vrouw die dacht dat ze een vervanger was en die meende dat ze boven ons stond.
Eigenlijk is het triest. Triest hoe iemand kan veranderen in een zielig hoopje mens. Triest hoe iemand er helemaal zelf voor kiest om zijn leven zo’n wending te laten nemen en niet probeert om er wat aan te doen. Gewoon zielig, eigenlijk. Nee, medelijden heb ik niet. Dat zul je ook nooit krijgen, zelfs niet al had je het graag.
Wat me het kwaadst maakt is het feit dat je zelfs na zes jaar nog niet begrepen hebt dat we alle drie niets meer met je te maken willen hebben. Nu niet, en over tien jaar ook niet.
Ik denk dat ik je zelfs niet eens meer zou herkennen als ik je tegen zou komen op straat. Ik zou me afvragen wie je bent, waarom je mijn naam weet en waarom je me aanspreekt. Waarschijnlijk zie je er nog even fout uit als zes jaar geleden en loop ik met een grote boog om je heen. Modemissers moet je namelijk te allen tijde vermijden.
Het liefst zie ik je langzaam kapot gaan, langzaam rottend in je eigen zelfmedelijden. Ik hoop dat je zelf ooit gaat inzien waar je mee bezig bent. En als je het eindelijk inziet is het te laat. De kansen om het goed te maken heb je gehad. Je pakte ze niet aan, en ik ben geen uithangbord dat wekenlang hetzelfde aanbiedt.
Ik heb je uit mijn gedachten gewist, foto’s waar jij op stond heb ik weggegooid, herinneringen aan jou zijn al zes jaar ver weggestopt.
Je bent gevlucht van ons, om gelukkig te worden met een ander. Ik weet dat je ongelukkig bent. Je kan namelijk nooit gelukkig zijn als allebei je dochters je niet meer willen zien. Ik hoop dat je er aan onderdoor gaat. Ik hoop dat je me ooit jankend opbelt. Dan zal ik opnemen en zeggen: “Je bent mijn vader? Maar ik heb helemaal geen vader.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten